You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Deze drieëntwintigste editie uit de serie Psychoanalytisch Actueel bundelt eerder gehouden lezingen van zeer uiteenlopende aard. Onder de naam Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap komen clinici, onderzoekers en filosofen bijeen, de meeste werkzaam als psychoanalyticus. Het boek leest daarmee als een bezoek aan een congres, maar dan zonder parallelle presentaties. De bezoeker kan dus alles bijwonen en dat is bij deze editie een zegen. Daartegenover staat dat de lezer geen plenaire discussie kan aangaan, waar dit boek toch regelmatig toe aanzet.
Zoals het laatste hoofdstuk, door Michel Thys: het leest als een pamflet, alsof het is geschreven onder een regime dat onderdrukt en onvrij maakt. Een duidelijke en radicale stellingname voor de eigen waarde van psychoanalyse, alsof er een doorbraak uit het nauw, onvoldoende passend kader van het wetenschappelijk discours geforceerd wil worden. Tegelijk vraagt Thys zich af hoeveel ruimte er is voor wetenschappelijke ongehoorzaamheid. En ik vraag me af hoeveel ruimte er is om, zoals de auteur doet, de klassieke kuur op de divan te omschrijven als drie of vier keer per week. Het klinkt als een dissonant in zijn overigens vlammend betoog dat inderdaad «de geest vervoert». Het roept de hernieuwde discussie over het Eitington-model in herinnering. Is vijf keer per week niet essentieel, een inhoudelijk noodzakelijke voorwaarde om van onversneden, 24-karaats analyse te spreken? Of is het vooral een teken van identiteit, deze kwantitatieve begrenzing van de psychoanalytische container? Het hoofdstuk van Wouter Gomperts gaat hieraan vooraf. In een pakkende stijl beschrijft hij de geschiedenis van conflicten tussen wetenschap en psychoanalyse en de traumata van psychoanalytisch effectonderzoek. Hij pleit er juist voor dat psychoanalyse zichzelf op de kaart zet van het wetenschappelijk effectonderzoek, door structurele verandering te meten en duurzaamheid aan te tonen. Gomperts wijst overigens op reeds gepubliceerde o