You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zij ligt op de bank. Blond, kokerrok. Lippen rood gestift. Hij, schuin achter haar. Driedelig pak. Minuscuul opschrijfboekje. Ze zucht. Thanksgivings day was turbulent. Rond haar partner hing een vreemde parfumlucht. Ze zucht nog eens, pakt een sigaret uit haar tasje. Steekt hem op en zijgt achterover, blaast rook uit. Hij wacht. Zijn gezicht is niet te zien. Gelach in de zaal. Scène stopt.
De NVPP-studiedag, een speciale editie, ter ere van het 25-jarig bestaan. Een kwart eeuw in het jaar van het eeuwfeest van de psychoanalyse.
Otto Kernberg, Peter Fonagy, Marja Rexwinkel, Thijs de Wolf en Arnon Grunberg zullen lezingen houden rond het thema wantrouwen, trouw, vertrouwen. Nel Draijer zal Otto Kernberg interviewen.
De zaal is bomvol. Zestig belangstellenden op de wachtlijst. «Kun je me naar binnen smokkelen?» vraagt een supervisant. Naast mij een lege stoel.
Therapie moet zin hebben. Er moet een effect zijn in de werkelijkheid, de werkelijkheid buiten de therapiekamer. Alle sprekers verwijzen naar die werkelijkheid, die wereld buiten het contact in de kamer. Wantrouwen moet plaatsmaken voor verlichting brengend vertrouwen.
Arnon Grunberg, de openlijke freudiaan, vertelt een verhaal. Het gaat over Hanna en Flavio, een naar New York geëmigreerd echtpaar. Hij baat een bed and breakfast uit, zij verkoopt Hollandse zeventiende-eeuwse pentekeningen. «Ik vertrouw jou, bij jou kan ik mijzelf zijn», vindt Hanna. Ik kan alles tegen je zeggen.