You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De psychotherapeut die in de ruimtelijkheid en tijdelijkheid van het autistisch kind wil geraken, moet heksentoeren uithalen. Hij moet bereid zijn besmet te raken door autistische mechanismen. Misschien is dit laatste wel — als vorm — een gemeenplaats voor het vorige: samen het noorden verliezen: «Zich laten meenemen in de autistische maalstroom, mee met het kind op drift raken, is de enige manier om een communicatie met het kind aan te gaan, terwijl je tegelijk het eigen denkvermogen moet vrijwaren, en om hem te helpen beetje bij beetje uit de draaikolk te komen»1. Tegelijk mag je dus ook het anker van de eigen neurose niet verliezen. Om de autistische rebus — met zijn zwarte gaten, fusie en sameness — te (ver)dragen en tot een verhaal te maken kunnen innerlijke supervisoren helpen (Houzel). Psychotherapeuten die (individueel) met autisme werken, en voor wie het gebrekkige onderscheid tussen binnen en buiten geen geheimen meer heeft (sic), hallucineren hun supervisoren soms in de sessie: Bion, Alvarez, Tustin, Houzel, Meltzer, zijn ook de therapeuten op wie Graham Shulman beroep doet. Allen hebben ze iets met (theorieën over) het pre-verbale universum gemeenschappelijk. Hun concepten dienen tot denkvormen en roepen de therapeut tot de orde, weg uit de (autistische en autistiserende) chaos. Ze inspireren hem met beelden en mythes, en organiseren losse en verwarde elementen tot een stabiel plateau (Houzel2). Dit helpt om het kind een «omringing te geven, een ervaring van grenzen, een basisveiligheid tegenover zijn chaosmotische immersie (Polack)»3. De theoretische ankerpunten dienen als tegengif tegen de autistische besmetting, tegen de klevende of projectieve en parasiterende identificatie.
Contact, als raakpunt, is nog geen raaklijn, een seconde geen minuut. Eén zwaluw maakt de lente niet; een moment van contact is bij autisme misschien een vermoeden van een teken van verre mogelijkheden aan de horizon, maar evengoed niet. En niemand die het kan zeggen: evengoed is