You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het lezen van twee sessies uit een psychotherapeutisch proces dat ondertussen drie jaar bezig is, is vergelijkbaar met het plots op de eerste rij meevolgen van een film die al een tijdje aan de gang is: ook al heb je geen idee van hoe het hele verhaal eruitziet, toch word je aangesproken, wil je blijven kijken en voel je je betrokken bij wat er gebeurt. Je wordt aan het denken gezet, wilt begrijpen wat er zich afspeelt, wilt weten hoe het verder loopt. Je vergeet als het ware dat je een behoorlijk stuk van het verhaal mist.
Tim heeft een geschiedenis met Eva, een verhaal dat mij als toeschouwer doet afdwalen naar wat ik leerde van auteurs als Winnicott, wanneer hij het heeft over the use of an object, naar Erikson en Bowlby over vroege ontwikkelingstaken en de opbouw van gehechtheidsrepresentaties, of naar Klein, wanneer ze onder de aandacht brengt hoe heftig en intens het geworstel kan zijn met de primitieve angsten en agressieve impulsen waar sommige kinderen mee te kampen hebben.
Tim zal — zonder dat we het fijne van zijn verhaal kennen — geen makkelijk leven leiden, met een binnenwereld zoals hier in beeld gebracht. De vraag welke moeilijke ervaringen hem reeds vroeg in zijn leven hebben belast en hem met een dergelijke complexe, soms horrorfilm-achtige binnenwereld hebben opgezadeld, spookt geregeld door mijn hoofd. Tegelijk bedenk ik me tijdens het lezen van de casus meerdere malen: wat een geluk heeft deze jongen met een therapeut als Eva, die bereid is deze turbulente emoties te ontvangen in haar psychische wereld. Ze laat zich door hem raken, hij mag haar het een en ander « aandoen », voordat ze hem teruggeeft wat zo fundamenteel van hem is: gevoelens van diepe angst, van levensbedreigende kwetsuur, van moorddadige agressie. Bij deze leg ik u enkele van mijn associaties voor, dwalende gedachten bij een stukje film dat ik — heel even vanaf de eerste rij — mocht meevolgen.
« « Boem! » Hij merkt dat ik ervan schrik en hij glimlacht naar me op