You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In deze tijd wordt openlijk gesproken over seksualiteit op tv, internet en in dagbladen. Wanneer ik zo'n gesprek in de trein opvang, wil ik heel modern vinden: « Goh, wat leuk en open ». Maar meestal denk ik: « Echt, moet dat nou? Is dit niet een beetje een overshare, zo in het openbaar vervoer? » Hoe wordt er omgegaan met een gevoel van onbehagen in de spreekkamer bij het bespreken van potentieel schaamtevolle onderwerpen, zoals erotiek en seksualiteit? Ik ben geïntrigeerd. Op naar de Rode Hoed.
Frans Schalkwijk opent als dagvoorzitter het symposium. Voor de tv thuis begint een klein meisje haar lichaampje te ontdekken. « Wat doe je? » zeg je. « Niet doen », zeg je. « Heb je het naar je zin, meisje? » of zeg je niets. Een therapeut geeft een cliënt spontaan een zoen op de wang nadat de moeder van de cliënt is overleden. Wat nu? Een homoseksuele man vertelt in therapie uitgebreid over zijn masturbatie tijdens het bekijken van porno. Sinds die zitting krijgt hij geen hand meer bij het begin en het einde van de zitting, en hij breekt de therapie voortijdig af. Wat was er gebeurd? Famke Kwee bespreekt met ons, onder het mom van « vies is lekker », het ontstaan van seksualiteit, van kind tot volwassene. Aan de hand van voorbeeldcasussen van volwassenen- en kindertherapieën worden inzichten van Winnicott en Klein met betrekking tot seksuele ontwikkeling toegelicht. In de spreekkamer is het belangrijk zich te realiseren dat erotiek is geworteld in vroegkinderlijke dynamiek. Het is belangrijk om de cliënt te helpen ambivalantie te verdragen, te differentiëren en te trianguleren, en aldus te zorgen voor het behoud van de eigen derde positie.
De beleving van seksualiteit betreffende de lesbian, gay, bisexual, transgender, queer, questioning and intersex, ofwel de LGBTQI-gemeenschap,