You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Sex and nothing is feitelijk een commentaar op het Séminaire Livre xx, Encore geheten, dat Jacques Lacan gaf in de jaren 1972-1973. Hierin onderhield hij zijn publiek, dat intussen was uitgegroeid tot een grote groep van belangstellenden van diverse pluimage, over de seksualiteit, het sekseverschil, de onmogelijkheid van het verlangen en de relatie van de seksualiteit met de logica van de taal. Vooral dit laatste, de relatie tussen seks en taal, komt in dit boek aan de orde en vormt dan ook meteen het pièce de resistance, met nadruk op de weerstand die zij kan oproepen, omdat deze relatie op het eerste gezicht niet zo voor de hand ligt en nogal wat filosofische achtergrond van de lezer vergt.
De redacteur van Sex and nothing is Alejandro Cerda-Rueda, een Mexicaanse psychoanalyticus, die een Sloveense bron van schrijvers heeft aangeboord blijkens de lijst van auteurs die hun bijdragen hebben geleverd, van wie Slavoj Žižek inmiddels ook voor Nederlanders een zekere bekendheid heeft gekregen. Van de elf auteurs zijn er slechts drie praktiserende psychoanalytici; bij de overige zijn vooral filosofen vertegenwoordigd. Het Sloveense onderonsje wordt onderbroken door een Mexicaanse met een Nederlandse naam (Christina Soto van der Plas) en een Amerikaan (Daniel Tutt).
Sex and nothing ziet haar thema breed. Het sekseverschil wordt bespeeld in Alenka Zupančič's Sexuality within the limits alone, waarin onder andere differentie en gender, en de vraag naar de oorsprong van het leven aan de orde komen. Deze laatste vraag blijft overigens onbeantwoord. Een en ander wordt in verband gebracht met de onmogelijke relatie tussen woord en ding. Onmogelijke relaties zijn een handelsmerk van Lacan. Denk maar aan zijn maximen Il n'y a pas des relations sexuelles en le sujet barré. In een volgend hoofdstuk neemt Salvoj Žižek het lacaniaanse algoritme van de borromeaanse knoop ter hand, waarin de verhoudingen figureren tussen het Reële, Het Symbolische en het Imaginaire (RSI). Žižek voegt iet