You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wat draagt bij tot wie we kunnen zijn? Ietwat onverwacht de slotgedachte van dit boek. Onverwacht, omdat de betekenis van het begrip identiteit de rode draad vormt van dit boek, vanaf het naoorlogse Westen tot op heden. De slotgedachte stemt de lezer tot denken: de idee dat identiteit misschien niet alleen wordt bepaald door wie we zijn (geweest), maar ook door waartoe we bereid zijn.
Maar even terug naar het begin van het boek. Vooreerst worden in de eerste twee hoofdstukken de begrippen behoefte, verschil en identiteit gedefinieerd. Koerselman ontvouwt nadien in de volgende twee hoofdstukken op systematische wijze wat de kern van de zaak is: de innerlijke en maatschappelijke economie van het verlangen. Ten slotte eindigt hij met een slothoofstuk over de verhouding tussen identiteit en zingeving.
Het boek vertrekt van Ericksons drie basisbehoeften in de ontwikkeling van het kind: geborgenheid (basic trust), autonomie en de behoefte om zich van anderen te onderscheiden. Hoe we aan deze drie pijlers vormgeven, bepaalt onze identiteit als volwassen individu, maar ook als samenleving. Het fundamentele verschil tussen mensen, het eigen Zelf kunnen afbakenen, is namelijk een noodzakelijke voorwaarde voor onze identiteit. De ander mag bestaan, maar moet niet over mijn eigen grenzen heenkomen: « la liberté de l'un s'arrête là ou commence celle d'autrui ». Die bewuste grens die « vroeger » altijd vrij duidelijk was, en zo ook onze vijand: bekend en voorspelbaar. Waar onze moderne samenleving nu echter meer mee worstelt, is de onbekende vijand. « De ander niet kunnen of weten te plaatsen, letterlijk en figuurlijk », schrijft Koerselman.
Wat heeft dat met de economie van het verlangen te maken? Welnu, er heerst natuurlijk een spanningsveld tussen de angst voor het onbekende en het verlangen ernaar. Kijk bijvoorbeeld naar het massatoerisme, onze wens om overal naartoe te reizen, grenzeloos, weliswaar wanneer we zelf willen en kunnen. Of internet, de sociale media, die iedereen me