You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De psychoanalyse bestaat honderd jaar in Nederland. Het laatste evenement, de studiedag, is gewijd aan « Lurching between longing and destruction », slingeren tussen verlangen en kapotmaken. Irma Brendan Pick, senior leeranalytica van de British Society, verzorgt de lezing en leidt vier uur lang een seminar. Ze werd opgeleid door Wilfred Bion; ze ontwikkelde in haar eigen werk vooral het gedachtegoed van Melanie Klein.
Ze zit op het podium. Irma Brenman Pick. Rustig, intelligent, mooi, toegewijd en geduldig. Tweeëntachtig jaar. In de psychoanalyse lijkt het leven eeuwig, het publiek, gemiddeld boven de vijftig, jong, luistert. Twee uur ‘s ochtends. Vier uur ‘s middags. Een baby drinkt aan een borst. Waar houdt het mondje op en waar begint de borst? Baby weet het niet. Als hij honger heeft of pijn draait hij zijn hoofd weg. De verkeerde kant op? Er is maar plaats voor één. Een borst met warme, zoete melk en een zuigend mondje. Of honger en alleen. Moeder moet alles geven. Baby moet haar in bezit nemen. Haar zijn. Eerst zijn, en dan leren haar te hebben. Twee mensen te zijn. En verlangen, want wie iemand heeft, kan iemand verliezen. Ofwel: het object, de moederfiguur is basaal ambigu en baby beleeft zijn zelf al evenzeer als dubbel: « Ben ik iemand die verlangt? Dat kan niet, ik ben iemand die verwaarloosd wordt ». « Mamma moet weg. Ik wend mijn hoofd af ». En de moederfiguur? Met haar pasgeboren baby aan de borst? « Je bent zo lief, ik eet je op ». En wie eet dan eigenlijk wie op daar aan het begin van het leven?
Een jaar of wat later in de analyse: een patient en een analyticus. Samen in een kamer. Jarenlang, iedere dag. Een patiënt, tekortgedaan, niets gekregen. Nooit. Helemaal nooit. Kan dat? Vol verlangen naar een analyticus. Een analyticus die alles moet geven. Een analyticus door wie het zomaar telkens vrijdag is. En heel vaak vakantie. Een analyticus. Wat moet hij geven? Alsnog een borst, die alles vervult? Hij of zij wekt hoop. En wanhoop als hij of zij alweer