You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychoanalyse en wetenschappelijk onderzoek, het is geen vanzelfsprekende verhouding. Zoals Patrick Luyten in zijn artikel over de al dan niet zo « splendid isolation » van de psychoanalyse ten aanzien van wetenschap helder beschrijft, was Freuds verhouding ten aanzien van (empirische) wetenschappen er zeker geen van afwijzing. Die afwijzing ontstond pas later en inderdaad vooral vanuit het veld zelf.
Vanuit mijn eigen ervaring met hoe systematisch onderzoek de blik kan openen en dogmatisch denken in de kiem kan smoren — al kan onderzoek, net zoals theorie, helaas ook als oogkleppen fungeren —, zal ik de laatste zijn om de zinvolheid ervan ter discussie te stellen; de psychoanalyse moet inderdaad geen geloof zijn op grond van één of andere boven alle twijfel verheven meester. Maar toch blijft er misschien maar beter ook iets wringen in de verhouding tussen psychoanalyse en wetenschap. Niet om onderzoek naar de psychoanalytische brandstapel te verwijzen, maar omdat zo blijvend de vraag gesteld kan worden naar datgene wat de mens drijft, hetgeen ons verstoort en fundamenteel niet integreerbaar blijft. En bovendien kan de psychoanalyse zo ook een rol blijven spelen in het ondervragen van wetenschap en wat deze beoogt. Uiteraard kan dat alleen maar als er een — al is het krakkemikkige — verhouding is, en wetenschap als dusdanig afwijzen voor alles wat de psychoanalyse betreft, sluit dat a priori uit. De dialoog is in dat opzicht een beter vertrekpunt dan het zich buiten — of inderdaad en helaas boven — elk wetenschappelijk discours stellen. Maar de nood aan wetenschappelijk onderzoek naar de psychoanalyse als praktijk en als theorie ondersteunen, houdt liever geen naadloos invoegen in de heersende onderzoekspraktijken uit de psychologie in. En het is bij dit punt dat ik toch graag een kanttekening plaats bij het besproken onderzoek. Het is goed dat er evidentie komt voor de werkzaamheid van psychoanalytische benaderingen en dat ze zo hun plaats verwerven in het landsc