You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Mindfulness is een belangrijk begrip geworden in het landschap van de geestelijke gezondheidszorg in het algemeen en binnen bepaalde therapievormen in het bijzonder. Mindfulness is de (westerse) geadapteerde versie van vipassana, de oorspronkelijke boeddhistische meditatie sinds millennia. Dit boek is een verdienstelijke poging de mogelijke convergenties tussen het boeddhistisch begrippenkader en de psychoanalytische theorie te onderzoeken en te expliciteren. De titel verwijst naar de meest fundamentele overeenkomst: meditatie en psychoanalyse als wegen tot groei door persoonlijke ervaring. De auteur is onderzoeker in het domein van de psychoanalyse en het boeddhisme en therapeute in eigen praktijk. Zij is docente aan de Universiteit van Tel Aviv en hoofd van een driejarig opleidings-programma mindfulness (Hakomi) in Israël. Een grondige kennis van het boeddhisme en van psychoanalytische theorie, en jaren-lange ervaring met vipassana vormen haar achtergrond. Zoals de vertrouwdheid met het boeddhisme en mindfulness, verspreidt zich in het Westen ook langzaam de interesse voor vipassana, getuige onder andere de vermelding in Schopenhauer-kuur van Yalom en de immer groeiende wachtlijsten voor het tiendaagse intensieve programma dat in Dilsen-Stokkem aangeboden wordt (). Het werk van de auteur als onderzoeker en therapeut focust zich op het essentiële en noodzakelijke (!) karakter van projectieve mechanismen en projectieve identificatie als constituerend voor mentaal functioneren op zich en hoe deze vorm geven aan het hic et nunc en het verloop van een therapie. Het boek is opgedeeld in negen hoofdstukken en een epiloog, te beginnen met de ontwikkeling en het belang van projectieve mechanismen in het mentale functioneren en hun evacuerende functie. Na een uiteenzetting over de principes van vipassana als «de geest die zichzelf onderzoekt», gaat ze gedetailleerd in op het belang van waarneming in de ervaring van het Zelf en hoe in het boeddhisme