You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zeker met de fusie tussen de drie Nederlandse bankverenigingen in het achterhoofd, lees ik met enige regelmaat artikelen of boeken over psychoanalytische organisaties. Ik was dan ook nieuwsgierig naar Eisolds bevindingen.
Kenneth Eisold is een Amerikaanse psychoanalyticus en organisatieadviseur met een lange staat van dienst op beide terreinen. The Organizational life of Psychoanalysis is een verzameling artikelen, verschenen tussen 1994 en 2017. In deze bespreking laat ik zijn beschrijving van de vroegste organisatorische ontwikkelingen in de freudiaanse en jungiaanse psychoanalyse achterwege; die zal voor velen vertrouwde kost zijn. Interessant is de beschrijving van de parallel tussen de splitsingen in Amerikaanse verenigingen en de controversial discussions in Engeland rond de jaren veertig. Van nature, aldus Eisold, hebben analytici een zekere minachting voor psychoanalytische instituten, niet in het minst omdat die hun professionele autonomie dreigen in te perken. Meestal ligt de loyaliteit van analytici niet bij een instituut, maar bij hun leeranalytici en supervisoren, en de stromingen die zij aanhangen. Een splitsende factor in de Verenigde Staten en Engeland was dat met Freuds overlijden in 1939 de charismatische autoriteit in de psychoanalyse wegviel. Zowel in de Verenigde Staten als in Engeland kwam rond de Tweede Wereldoorlog een stroom klassiek freudiaanse emigranten het land binnen die autoriteit konden ontlenen aan hun nabijheid bij Freud (zoals in Nederland Jeanne Lampl-de Groot). In de strijd in het New Yorkse instituut is te zien dat jonge analytici (in opleiding) zich met die orthodoxe traditie associëren en, met name in New York, zich afzetten tegen gevestigde analytici die een andere ontwikkeling in gang hadden gezet. Splitsing was onvermijdelijk. In Nederland was die animositeit van een grote groep vrijgevestigde NVPA-analytici tegenover het Psychoanalytisch Instituut (PAI, later NPI) ook niet van de lucht, terwijl dit bij mijn weten tussen Gen