You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Tegenwoordig weet men het zeker: alle psychische ellende zit in de hersenen en niet ergens anders, zoals in de relaties met anderen, in de levensgeschiedenis, in de opvoeding of ontwikkeling en in het lot. Nee, psychopathologie
is het gevolg van een disfunctionerend neuronaal netwerk. Om een andere opvatting te horen dan de breinverhalen die ons worden opgedist moet men hard zoeken. In de boekhandel bezwijken de boekenplanken onder het grote aantal breinboeken. Alle psychische problemen worden in deze lectuur geschreven op het conto van de hersenen waar een stofje dwarsligt of een neuron een verkeerde route is ingeslagen. Depressies, psychoses, ADHD, autisme, borderline-persoonlijkheidsstoornissen, ja zelfs geluk en talent worden toegeschreven aan functies (van delen) van de hersenen. Het grote publiek gelooft inmiddels in deze voorstelling van zaken en een aanzienlijk deel van de professionals in de geestelijke gezondheidszorg neemt eveneens aan dat psychische problemen berusten op stoornissen in de hersenen. Helaas is deze opvatting te simpel om waar te zijn en wetenschappelijk niet houdbaar. Daarom is De therapeut & Anna een welkome afwisseling met het «mechanistisch» paradigma van de hierboven geschetste dominante opvattingen in de psychiatrie. In dit boek vertelt de auteur, Jaap Wijkstra, de wederwaardigheden van een inzicht gevende psychotherapie met daarin zeer herkenbare voorvallen. Anna, de dochter van een psychiater is depressief, heeft suïcidale gedachten, is vastgelopen in relaties en bovendien komt zij niet meer tot werken als beeldend kunstenaar. Wijkstra is eveneens psychiater en verricht psychotherapieën die zijn geënt op het gedachtegoed van Sigmund Freud. Hij neemt Anna in therapie nadat zij door een psychoanalytisch instituut is afgewezen als patiënt-kandidaat vanwege haar suïcidale uitingen. Deze omstandigheid zou te veel risico met zich meedragen. Dit roept natuurlijk meteen de vraag op voor wie dat risico geldt: voor het instituut of voor de