You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In het artikel van collega Luyten komt vooral de wetenschapper en onderzoeker aan het woord. Luyten is van mening dat de grond-houding van psychoanalytici naar onder-zoek overwegend negatief is en dat er sprake lijkt te zijn van een «defensieve «uitzonde-ringsfantasie»», waarbij «psychoanalytische begrippen en theorieën zich zelfs niet zouden lenen tot wetenschappelijk onderzoek». Voor een deel klopt deze opvatting en zijn analytici hun eigen grootste vijand, maar ik vind dit toch te kort door de bocht geformuleerd. Weliswaar kunnen ook de psychoanalyse en de psychoanalytische praktijk het zich niet permitteren om te «ontsnappen aan de normaal gangbare eisen van weten-schappelijk onderzoek», zoals Luyten terecht stelt. Er bestaat echter een moeizame relatie tussen psychoanalyse en (empirisch) onder-zoek, zeker in tijden van meten is weten, evidentie en transparantie. Evidence-based medicine (EBM) is immers de belangrijkste basis voor politieke beslissingen en marktgerichte veranderingen geworden, maar had ooit als doel onderzoeksbevindingen te combineren met klinische expertise om zo tot de effectiefste behandeling te komen voor bepaalde aandoeningen, aanvankelijk alleen in de interne geneeskunde en met name op farmacotherapeutisch gebied. EBM is echter zonder omwegen vertaald naar de psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg inclusief psychoanalytische behandelmethodieken. Bij de uitvoering van «evidence-based medicine» (EBM) is de oor-spronkelijke hiërarchie van evidentie, waar-bij n = 1-onderzoek ook een bescheiden plaats verdiende, verlaten, en is de randomized controlled trial (RCT) tot gouden standaard verheven voor het zelfstandig uitvoeren van onderzoek. Het contact met de klinische praktijk is losgelaten en heeft geleid tot een kloof tussen wetenschap en praktijk. Gupta (2014, p. 56) beschrijft deze kloof tussen onderzoek en praktijk als volgt:
«[…] An RCT of psychodynamic psychotherapy would have to distort the intervention so much in order to adhere to th