You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Emiel (Miel) Gans is een niet-praktiserend (jeugd)psychiater, (groeps)psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en vervolgde zijn medisch-specialistische opleiding tot psychiater in het Wilhelmina Gasthuis (WG) met als opleiders Thiel en Kuiper. Hij is voormalig A-opleider psychiatrie in De Geestgronden, voorheen psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang in Bennebroek en opleidingsanalyticus bij het eveneens voormalige Nederlands Psychoanalytisch Genootschap (NPG, ), inmiddels opgenomen in de Nederlandse Psychoanalytische Vereniging (NPaV). Voor generaties psychiaters en psychoanalytici is Miel als opleider, supervisor en docent belangrijk en vormend geweest en hij heeft een aantal artikelen en hoofdstukken geschreven die bij herlezen nog altijd verrassend actueel blijken (o.a. Gans 1988, 2000). Hoewel hij zijn activiteiten al geruime tijd geminderd heeft, is er zo nu en dan nog ruimte voor supervisie of advies aan wie een beroep op hem doet.
Miel is een goedlachse, scherp formulerende, erudiete man die mij gastvrij ontvangt in een sfeervolle behandelkamer met analysebank, platenspeler, en met alle wanden tot aan het plafond vol met romans, dichtbundels, en veel boeken over psychiatrie, psychotherapie en psychoanalyse. In dit interview probeer ik zijn veelzijdige achtergrond te belichten. Zijn laatste ongepubliceerde en persoonlijke manuscript: Het einde nadert: Horreur of wenkend perspectief? (Gans 2012) is in dit interview gedeeltelijk opgenomen. Naar aanleiding hiervan volgen nog enige vragen waarmee het interview wordt afgesloten.
Miel Gans (MG): Het is op veel plaatsen zo dat wat men zegt op een goudschaaltje wordt gewogen. Hoewel ik de sfeer in mijn psychoanalytische omgeving altijd als veilig heb ervaren, wil dat niet zeggen dat er geen discussie was. Het gaat er vooral om dat je de veiligheid en vrijheid ervaart o