You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Freud schreef (bij wijze van spreken naast (zijn werk achter) de bank) zo'n 6000 bladzijden en Churchill schreef meer dan Walter Scott en Charles Dickens samen. Freud werd bekroond met de Goetheprijs en Churchill met de Nobelprijs voor literatuur. Je kan van beide heren gemakkelijk een bloemlezing van geestigheden of oneliners samenstellen. Je krijgt er de lachers mee op je hand en welke psychoanalyticus maakt niet zo nu en dan gebruik van een captatio benevolentiae om zijn weerspannig publiek op te warmen? Sinds Freud is er ook niet zo veel veranderd. In zijn brief aan Wilhelm Fliess van 5 november 1897 schrijft hij: «Mijn lessen worden bijgewoond door elf studenten die daar zitten met pen en papier en die jammer genoeg weinig positiefs van mij te horen krijgen» (Masson 1985, p. 277). Of in zijn brief van 2 mei 1935 aan Arnold Zweig: «De tijden zijn duister. Gelukkig is het niet mijn job ze op te leuken» (Freud 1961, p. 425).
Freud maakt ook voortdurend schitterend, want verhelderend, gebruik van metaforen.