You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Terugkijkend op het verhaal over de «Blikken dominee» kan men stellen dat wellicht vandaag de dag zowel vanuit juridisch als vanuit psychiatrisch oogpunt anders naar deze zaak zou worden gekeken. De negentiende-eeuwse klassenmaatschappij beoordeelt en bestraft soortgelijke gevallen uitgaande van een ideologie gebaseerd op machtsstructuren. Michel Foucault heeft dit uitgebreid aangetoond in Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis (1975). Het straffen is niet zozeer bedoeld om verantwoordelijkheid bij te brengen, als wel om regels en bevelen te handhaven.
Maar kunnen we hier specifieke, persoonsgebonden, pathologische factoren bij onderscheiden vanuit een psychoanalytisch perspectief? Dan kun je denken aan de extreme bezitsdrang van Barger, die te verbinden valt met een fundamenteel gemis. Het is ongetwijfeld gestoeld op relationele manco's die vanuit de familieroman zich als kringen in het water over het volwassen bestaan hebben uitgebreid. Maar denkend aan de lacaniaanse invulling komt in het geval van de dominee op symptomatische wijze naar voren dat het «zwarte gat», daar waar het elementaire gemis wortelt, talig van aard is. In de taal blijkt schrijnend dat de eigenheid van het subject een illusie is en dat ons talig zijn functioneert vanuit de leegte die taal mogelijk maakt. De overgang van de imaginaire naar de symbolische orde in de theorie van Lacan impliceert dit verlies (zie Mooij 1975 en De Kesel 2019). De dominee, als intellectueel, als dichter, als verkondiger, als briefschrijver, tart deze essentiële plaats van de taal, maar doorvoelt ze ook. En ongetwijfeld gaf de taal ook de beslissende por die tot de fatale acting-out leidde: toen de vermeende macht over de taal (op de kansel, in de brieven, in de gesprekken onder andere) instortte, nam de wanhoopsdaad de teugels over.
Maar eerder in zijn bestaan leefde Johan Barger zich uit in zogenoemde domineespoëzie. Hij publiceerde in 1875 een bundel Bloesems en knoppen. Vele van de teksten in