You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Gevoelens van jaloezie en afgunst zijn universeel en existentieel, zo luidt de openingsboodschap van dagvoorzitter Frans Schalkwijk op het Lemionsymposium « Jaloezie en afgunst ». Een zowel geruststellende als verontrustende gedachte. Ongeacht de vergaarde levenservaring, onze sociaaleconomische status of intensieve uren psychotherapie; het blijft pijnlijk om uit de gratie van de liefde te vallen. Jaloezie is vurig en heeft een derde nodig die het gevoel geeft zelf verstoken te worden van de liefde. Afgunst is kil en binnen de dyade wordt de ander als beter verondersteld. Voor jaloezie is dus de ontwikkeling van een dyade naar een triade nodig. Met de praktische technieken van de Affect Fobie Therapie laat Quin van Dam in een rollenspel zien hoe de belemmerende angst voor jaloezie gereguleerd en bewerkt kan worden, waarna jaloezie een activerende emotie wordt die leidt tot adaptief omgaan met jaloezie. De (populair)wetenschappelijke taxonomie verdeelt jaloezie onder in drie soorten, te weten reactieve, angstige en preventieve jaloezie. Een prettig idee van Pieternel Dijkstra is dat reactieve jaloezie een positief verband houdt met de kwaliteit van de partnerrelatie. Wanneer de partner zichtbaar flirt met een ander zijn jaloerse gevoelens op hun plaats. Bezitterig gedrag en het voorkómen dat de partner met de ander in contact komt (preventieve jaloezie) laat in het onderzoek dat zij presenteert geen verband zien met de relatiekwaliteit. Het is de angstige jaloezie die de kwaliteit van de relatie negatief beïnvloedt. Ongerustheid, bezorgdheid en piekeren over een mógelijke derde is wat tot afbreuk leidt. Het illusoire karakter maakt dat de jaloezie pathologische proporties aan kan nemen.
Maar hoe behoudt een mens de gezonde jaloezie en krijgt deze niet de pathologische proporties waarmee illusoire jaloezie ons als mens de therapiekamer insluist? Psychiater Marieke Sluys beschrijft helder hoe jaloezie en afgunst jegens de therapeut stagnerende factoren voor het therapeu