You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een recensie van een niet-psychoanalytisch boek in dit tijdschrift, wat is daar de meerwaarde van? Ik bood aan deze te schrijven, niet vanwege de relevantie voor de dagelijkse behandelpraktijk, maar omdat het belangrijk is kennis te nemen van hoe verschillend in de academische wereld over narcisme wordt gedacht. Belangrijk, want de introductie van het alternatieve model voor persoonlijkheidsstoornissen in de DSM-5 biedt mogelijkheden om de psychoanalytische beschrijvende diagnostiek in het debat in te brengen. Maar dan moeten we ook kennisnemen van wat er zich buiten ons gezichtsveld afspeelt. Eddie Brummelman is docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, en heeft al op jonge leeftijd zijn sporen verdiend. Het onderzoek van Brummelman en Sander Thomaes naar narcisme bij kinderen is bij de lezers van dit blad waarschijnlijk weinig bekend, maar internationaal worden ze gezien als baanbrekende onderzoekers. Alle reden dus om dit zeer toegankelijk geschreven boek over narcistische trekken bij kinderen en volwassenen op deze plaats te bespreken. Het proefschrift van Thomaes (2007) eindigde met de kanttekening dat hij waarschijnlijk vooral de vanzelfsprekende, openlijke variant van narcisme had onderzocht en ook bij Brummelman is dit zo. In veel van hun eigen onderzoek gebruiken ze de Narcissism Child Inventory, een door Thomaes ontwikkelde vragenlijst die is gebaseerd op de Narcissistic Personality Inventory, die weer veel gebruikt is in het onderzoek bij volwassenen. Beide vragenlijsten meten waarschijnlijk vooral redelijk adaptieve vormen van vanzelfsprekend narcisme. Dit alles ter inleiding; nu wijd ik me aan de inhoudelijke bespreking.
Het eerste deel beantwoordt de vraag wat narcisme is, en wat mij daarin vooral fascineert is het onderzoek naar het verschil tussen een hoge zelfwaardering en narcisme. Dit blijken zowel bij volwassenen als bij basisschoolkinderen wezenlijk