You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Mevrouw Karimi begint haar artikel met een stevig dilemma waarin je een keuze moet maken die sowieso ondraaglijke schuld op je laadt. Het thema schuld loopt verder impliciet mee in dit artikel. Eerst al met Levinas: je schiet altijd tekort. Want, zodra we de ander trachten te begrijpen, brengen we het perspectief van de ander terug tot onze eigen begrippen in termen die ons bekend zijn. En dan hoor je als lezer bij de dominante, blanke meerderheid die denkt en handelt vanuit een min of meer gerieflijke positie; je hebt de wind mee. De schrijfster geeft daar overigens prachtige voorbeelden van: tien jaar werken als medisch specialist en je nog steeds moeten verantwoorden over je kwaliteit van werken, dat doet pijn en moet heel boos maken. Het artikel eindigt weer met hetzelfde schuldig makende dilemma. Haar oplossing lijkt mij echter te braaf, omdat het vergif van het raciale verschil is weggewerkt. Want: Waarom zou een niet wit kind een wit kind redden? Deze vraag doet me denken aan het beroemde poppenexperiment uit 1939, herhaald in 2007, dat de ongemakkelijke waarheid onthult dat ook zwarte kinderen kiezen voor de witte pop, die zij mooi en goed vinden. De zwarte pop wijzen zij af, omdat ze die slecht vinden en lelijk. Dalal (2006) noemt dit « racialisatie » van verschillen. Verschillen — in dit geval huidskleur — bestaan, maar het gaat om de lading van die verschillen in « meer en minder », superieur en inferieur, waarbij ongewenst aspecten worden afgesplitst en uitbesteed via projectieve identificatie aan de « onderliggende » partij, leidend tot verinnerlijkt racisme bij zwart en wit. Uit allerlei experimenten blijkt dat racisme een normaal deel van onze psyche is, normaal in de zin van latent aanwezig (Gomperts 2019). Davids (2011) ontwikkelt het begrip « interne racistische organisatie » als een pathologische organisatie in een normale psyche. Het is een afweer van intense angst om er niet bij te horen. De onderliggende projectie vormt zich vanuit de waarnemin