You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De titel van de forse autobiografie Een leven met Loyola en Freud van Henk Hillenaar belicht twee hoofdlijnen in het leven van de thans 85-jarige auteur: zijn vorming als jezuiet vanaf zijn achttiende jaar en zijn latere intense kennismaking met de psychoanalyse. Er is nog een derde factor die een belangrijke rol speelt in dit ontwikkelingsverhaal, namelijk de homoseksualiteit. Op zijn vijfendertigste neemt hij afscheid van de Societas Jesu, maar als priester blijft hij
zijn leven lang actief, vooral als predikant, met name in de Amsterdamse Dominicuskerk. Zijn wedervaren binnen de orde in de jaren 1950 en 1960 correspondeert met de evolutie van de katholieke kerk in die periode waarin zekerheden alom werden vervangen door vragen en twijfels. De hiërarchische structuur en de onwrikbare dictaten, onder meer en vooral betreffende het celibaat, worden nu kritisch benaderd en leiden tot een grote uittocht. Maar, zoals de titel aangeeft, blijft Loyola in Hillenaars leven aanwezig en zijn Geestelijke oefeningen inspireren hem, ook wanneer voor hem de spiritualiteit evolueert naar een antropologie. God manifesteert zich bovenal als de Geest van liefde onder de mensen, wat de kern wordt van Hillenaars visie. Zijn beleving van de homoseksualiteit vertoont parallellen met maatschappelijke ontwikkelingen en de steeds grotere aanvaarding van « anders geaard zijn ». Het avontuurlijke leven in sauna's en backrooms wordt opgevolgd door vaste(re) relaties en mondt uit in het huwelijk met de concertpianist Michael Davidson, de meest geliefde levenspartner, wiens alcoholisme evenwel tot een te vroegtijdig afscheid leidt. Een verrassende derde periode verhaalt over de ontmoeting met een Iraanse immigrant aan wie Henk zijn geld en zijn liefde schenkt en die hem onverhoopt opnieuw gelukkig maakt. Deze dynamiek maakt van het persoonlijk relaas een boeiend tijdsbeeld. Maar de lezer van dit Tijdschrift (waarvan Hillenaar een van de eerste redacteuren was) zal vooral geïnteresseerd zijn i