You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Sinds ze zich in 2001 ontpopte als regisseur, behaalde Lies Pauwels grote successen. Opmerkelijk is dat ze steeds de samenwerking zoekt met niet-professionele performers, een ongewone cast om ongewone ervaringen op te roepen.
In Anatomie van pijn, haar debuut als regisseur bij NTGent, werkte ze samen met vier chronische-pijnpatiënten en vijf professionele acteurs. Sommige recensenten kunnen deze aanpak appreciëren. Volgens Charlotte De Somviele (2019) levert dit een werk op zoals het leven zelf in de onderbuik is: grillig, mysterieus, wars van logica en vol contrasten. Ook Hein Janssen (2020) onthaalt het met de loftrompet: «Kermis, kitsch en circus, welkom in de theaterwereld van Lies Pauwels!»
Andere recensies echter halen dit aan als een kritiek: «Lies Pauwels maakt een voorstelling met pijnpatiënten, maar ze omzwachtelt de pijn soms in zoveel symboliek, dat haar anatomieles moeilijk te volgen is» (Tielens 2019). Naar mijn gevoel raakt dit aan de essentie van pijn die moeilijk symboliseerbaar is en volgens mij vaak daar ontspruit waar een symboliseringscapaciteit tekortschiet. Daardoor is anatomie, verwijzend naar de reële orde der fysieke realiteit, van psychische ruimte gespeend, een mooie poging tot symbolisering van pijn. Het roept iets op van een pensée opératoire, dat men bij psychosomatiek vaak terugvindt en waarbij er een overinvestering is in het feitelijke.
Toch herken ik in de kritieken iets van hoe het stuk mij aanvankelijk achterliet: in een sneltempo gefnuikt, klein en gefaald. Een gevoel dat menig pijnpatiënt moet ervaren. Net zoals projectieve identificatiemechanismen je tegenoverdrachtelijk de weg wijzen, heb je hier te maken met het ontbreken van een narratieve lijn. Het is het gevoelsmatige waarmee je je dient te verbinden: de symbolisering zit hier erg dicht op de huid, maar slaagt er niet in om een rustige tussenruimte te bieden. Er is nergens rust of opluchting te vinden. Alsof er een menselijk, gedeeld ritme, een gedeelde pulsering ontbreekt,