You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het is alweer vijf jaar geleden dat Antoine Mooij's jongste boek In de greep van de taal verscheen. Door onvoorziene omstandigheden heeft de beoogde recensent de opdracht niet kunnen vervullen en is het boek weer teruggekeerd bij mij, de redacteur Boeken van dit Tijdschrift. Graag neem ik de taak op mij om alsnog een recensie te schrijven, omdat het boek dat meer dan waard is. In het boek In de greep van de taal voert Mooij twee prominente denkers over de taal op: de een de filosoof Ernst Cassirer en de ander de psychiater-psychoanalyticus Jacques Lacan. Beide auteurs hebben fundamenteel over de taal als symbolisch instrument bij uitstek nagedacht en komen daarbij geregeld tot gelijkluidende bevindingen, maar er zijn ook verschillen. Cassirer leunt zwaar op het verlichtingsdenken van Immanuel Kant en wijst in het verlengde daarvan op het primaat van het symbool zowel in het dagelijks leven als in de wetenschappen. Bij Lacan, die vertrekt vanuit het saussuriaanse structuralisme, komt betekenis «bovendrijven» in de materialiteit van de verschillen tussen de woorden. Beiden zijn