You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Er is niet zoveel wetenschappelijke uitwisseling geweest tussen natuurkundigen en psychoanalytici. Dat is niet verwonderlijk, want in de klassieke natuurkunde gaat het om materie, ruimte en tijd en de onderlinge verhoudingen uitgedrukt in massa, snelheid, lading, energie enzovoort, terwijl de psychoanalyse zich meer bezighoudt met een niet zo goed in maat en getal uit te drukken belevingswereld. De bekendste uitzondering hierop is ongetwijfeld de briefwisseling tussen Freud en Einstein over het thema oorlog, daartoe aangezet en uitgenodigd door de Volkerenbond. Ook heeft Einstein contact gehad met Reich, zoals Vanmechelen (2016) zo mooi beschreven heeft in dit Tijdschrift. Op het congres The Science of Consciousness hoorde ik onlangs over de intensieve samenwerking tussen Wolfgang Pauli en Carl Jung.
Wolfgang Pauli was een Oostenrijks-Amerikaans natuurkundige, lid van de Kopenhaagse school voor kwantumfysica, die voor het Pauli-uitsluitingsprincipe in 1945 de Nobelprijs voor natuurkunde toegekend kreeg. Dit uitsluitingsprincipe stelt dat twee identieke elektronen niet dezelfde kwantumtoestand kunnen bezetten. Met dit gegeven kon het bekende periodieke systeem van de elementen uitgebreid worden. Pauli was uiterst succesvol in de wetenschap, maar ongelukkig in de liefde, waarbij hij zich naar eigen zeggen geen raad wist met vrouwen. Daarom deed hij een beroep op Jung, omdat, zo blijkt uit zijn brieven, hij dacht van Jung nog wat te kunnen opsteken. Pauli veronderstelde bij Jung namelijk het omgekeerde: een weliswaar gering wetenschappelijk gehalte, maar erg geliefd bij vrouwen. Jung bracht hem in contact met dr. Erna Rosenbaum bij wie Pauli in psychoanalyse ging. Uiteindelijk ontwikkelde zich een langdurige vriendschap tussen beide mannen, resulterend in een uitgebreide briefwisseling en gemeenschappelijke publicaties (Meier 2001; Jung & Pauli 1952). Het bood Jung de gelegenheid om als relatieve buitenstaander de in de correspondentie vermelde honderden dromen van Pau