You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Na een zoveelste werkdag vol vergaderingen met collega's via Zoom en het geven van een aantal online therapiesessies zet ik me 's avonds vermoeid opnieuw achter mijn pc voor het tweede webinar van de VVPT. Mattias Desmet, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Gent, zal ingaan op het thema « digitale depressie ». Zijn opiniestukken voor het tijdschrift Knack over digitale depressie en massavorming tijdens de coronacrisis, zijn naar mijn mening een absolute aanrader en hadden me geprikkeld om deel te nemen aan dit webinar. Desmet neemt mij onmiddellijk mee in zijn verhaal en vertrekt vanuit zijn persoonlijke ervaringen van het geven van online therapie tijdens de huidige coronacrisis. Hij gaat van start met het benoemen van de positieve effecten van het digitaliseren van therapeutische sessies. Hij kwam tot de vaststelling dat een aantal van zijn cliënten online juist meer durfde te spreken. De (veilige) digitale muur leek voor sommige cliënten de weerstand te reduceren, waardoor ze tot een intiemer spreken kwamen. Digitalisering zou dus voor sommige cliënten een therapeutische interventie op zich kunnen zijn. Zijn betoog over de voordelen van online therapie is echter kort. Professor Desmet merkt voornamelijk nadelen op en legt haarscherp uit waarom digitale gesprekken zo afmattend zijn. Digitaliseren interfereert namelijk met het directe, lichamelijke aanvoelen dat ontstaat tussen gesprekspartners. Het is juist dit fysieke aspect van ons spreken dat van vitaal belang is. Hij verwijst hierbij naar het prachtige onderzoek van Patricia Kuhl (2007) waarin ze aantoont dat kinderen de eerste zes maanden van hun leven in een razendsnel tempo fonemen van elkaar leren onderscheiden. Dit leerproces gebeurt enkel in de aanwezigheid van een fysiek sprekende ander, niet bij het luisteren naar een video-opname. De experimenten van Murphy-Paul (2011), die aantonen dat het leren van taal al gebeurt in de baarmoeder, sluiten hier mooi bij aan. Via het imiteren en uitw