You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In psychopathologisch opzicht kan de psychose eenduidig omschreven worden: de gestoorde realiteitsbeleving en -toetsing wordt gekenmerkt door wanen en/of hallucinaties. De klinische praktijk blijkt echter weerbarstig bij de herkenning en diagnosticering van dit ziektebeeld dat steeds minder als categoriale aandoening beschouwd wordt. Het dimensionele aspect van de psychose is in de psychoanalyse reeds lang gemeengoed. Freud stelde al vast dat er ook bij de neurose sprake is van aantasting van de realiteit door verdringing en inperking van het Es, terwijl bij de psychose er daarenboven een nieuwe realiteit geschapen wordt. De realiteit wordt niet zozeer vermeden als bij de neurose, maar gereconstrueerd in een inwendige autoplastische verandering (Freud 1924). Dit impliceert dat deze reconstructie voor de psychotische patiënt reëel is, terwijl deze volgens de « gezonde » omgeving een waanvoorstelling betreft. De verstoring van de realiteitsbeleving en -toetsing als kenmerkende eigenschap van de psychose lijkt zich inmiddels ook buiten de groep van patiënten uit te breiden. Hoe we dat echter moeten noemen is vooralsnog onduidelijk. Er is een toenemend aantal mensen dat zonder duidelijk verval van intellectuele vermogens ervan overtuigd is dat de politieke elite het bloed van baby's drinkt, dat we via nanotechnologie in vaccins op afstand bestuurd worden, of dat de aarde plat is, de groeiende groep van zogenaamde flat earthers. We zien zelf niet dat de aarde rond is, tenzij we uitzoomen. Ook ieder virus is een onzichtbare vijand. Het lijkt daarbij te gaan om « eerst zien en dan geloven ». Bij de negatieve hallucinatie, waarover Jos de Kroon in dit nummer van het Tijdschrift schrijft, is er sprake van een complementaire situatie: niet zien wat er wél is.
Het denken en theoretiseren in de vorm van samenzweringen is in zwang en lijkt in verband te staan met de toegenomen complexiteit van een bedreigende omgeving. De behoefte aan zekerheid en overzicht beweegt angstige mense