You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Tijdens het lezen van het themanummer over vluchtelingen voelde ik vaak een sterke (h)erkenning. Eén enkele keer overviel mij een gevoel van frustratie. Eerst een paar woorden over de (h)erkenning. In mijn proefschrift (Declercq 2018) stond ik stil bij hetgeen volgens mij de essentie vormt van de ontmoeting tussen het subject op de vlucht en de psychotherapeut. Allereerst toont deze kliniek de ontoereikendheid aan van onze westerse denkkaders. Ze nodigt dan ook uit tot theoretische pluri-vocaliteit. Extreem psychotrauma is immers een aanval op het zingevingssysteem, een « dragend en zingevend kader » (Patrick Meurs). Dit maakt dat het subject en dus ook de therapeut geprojecteerd worden aan gene zijde van het symboliseerbare. In dat opzicht is het een regressie naar voortalige momenten met de ermee gepaard gaande primitieve afweermechanismen (Marc Hebbrecht). Deze kliniek is dan ook vooral een kliniek van het affect, van hetgeen zich jenseits van het benoembare bevindt (voor Bion de « bètaelementen »). Het zijn deze gevoelens die de therapeut door het mechanisme van projectieve identificatie binnen zichzelf ervaart, wat de mogelijkheid biedt ze te verteren en nadien onder de vorm van alfa-elementen terug aan te bieden aan de patiënt. Het is « de herkenning door de therapeut van de eigen gevoelens [die kunnen] helpen om de machteloosheid […] te duiden » (Michele Warriner).
Een ander element van (h)erkenning is dat deze kliniek reveleert dat elk psychisch lijden het gevolg is van een tijdelijke mislukking, in sommige ernstige vormen van geestelijk lijden een radicale breuk in het proces van wederzijdse erkenning tussen het subject en zijn omgeving. Mutatis mutandis zal het proces van wederzijdse (h)erkenning dan ook de kern zijn van het herstelproces. Het is een proces waar de therapeut zijn « psychisch apparaat leent aan de patiënt » (Bion 1963) en hem aldus bijstaat in de uitdaging om het onbenoembare van de onmenselijke horror van de menselijke barbarij te benoemen.