You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ik veronderstel dat Fernando Pessoa weinig last zou hebben van de coronapandemie. Hij zou de hele toestand een interessant fenomeen vinden om afstandelijk, maar grondig, te observeren. Vooral zou hij de reacties die de crisis in hem zelf teweegbrengt nauwgezet analyseren en erover schrijven. Pessoa was een meester in intieme afstandelijkheid. Zijn oeuvre is in zekere zin de literaire neerslag van een niet-aflatende zelfanalyse. Net als Márquez in Leven om het te vertellen was hij uitermate gedreven in de wereld observeren, niet om eraan deel te nemen, maar om zijn waarneming ervan te beschrijven: observeren om te schrijven. « Ik was niet voorbestemd voor de werkelijkheid », schrijft hij in Boek der rusteloosheid (2020, p. 330), en hij heeft het over zijn weigering om mee te werken aan het bestaan van de buitenwereld (p. 256). Maar hij bekent: « in mijn streven om van elk handelen af te zien heb ik mijn neiging om te schrijven niet kunnen onderdrukken » (p. 242).
Hoe dan ook, een coronacrisis zou Pessoa's dagelijkse rusteloosheid in zijn Lissabon amper verstoren. Als solipsist in persoon zou hij geen moeite hebben met het naleven van afstandsregels, isolatie- en quarantaineverplichtingen, met het niet bijwonen van massabijeenkomsten of het verbod op buitenlandse reizen. Pessoa wilde zich aan niets onderwerpen, niet aan mensen, niet aan liefde, niet aan ideeën, niet aan het geloven in of het kennen van de waarheid: « Ergens bij horen is banaal. » « Nee: zelfs geen banden met onszelf! » (p. 247).
Pessoa was een buitenbeentje wat betreft het fundamentele menselijke verlangen om ergens bij te horen, of het nu gaat om het behoren tot een familie, een vriendenkring of een politieke partij, lid zijn van een psychoanalytische vereniging of het aanhangen van een complottheorie. Onze identiteit is minstens gedeeltelijk altijd ook groepsidentiteit. To be is longing to belong.
In haar tekst On the sense of loneliness verbindt Melanie Klein (1963) loneliness met de pijnlijke overtui