You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In een kleine, onafhankelijke Bretonse boekenwinkel kwam ik dit boekje toevallig tegen. Het maakte mij nieuwsgierig om de volgende redenen: de auteur, in 1875 te Antwerpen geboren, had in zijn hoedanigheid van journalist tijdens de Eerste Wereldoorlog geweigerd mee te werken met de Duitse bezetter en kreeg daarvoor een uitkering van de Belgische Staat. Vervolgens was hij in 1920 uitgeweken naar Parijs, waar hij verschillende malen opgenomen diende te worden in het psychiatrisch ziekenhuis La Salpêtrière, vermoedelijk naar aanleiding van paranoïde psychotische episodes. Bovendien bleek Baillon ondanks alle moeilijke persoonlijke en historische perikelen toch verschillende literaire prijzen te hebben ontvangen en vermeldde de biografie een passioneel, stormachtig, maar verscheurend liefdesleven. Wat echter de doorslag gaf om het werkje uit 1925 aan te schaffen was het citaat op de achterflap: « Ce solitaire, cet écorche vif, a fait de sa vie la matière première de son oeuvre »: « Deze eenzaat, deze levend gevilde man, maakte zijn leven