You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Adoptie is een klassieker in ons cultureel patrimonium. Mozes, Oliver Twist en Peter Pan zijn bekende vondelingen die werden geadopteerd. Ook in de psychoanalyse speelt adoptie een belangrijke rol. Laten we niet vergeten dat Oedipus opgroeide als adoptiekind van Polybus en Merope. Volgens Freud koesteren veel neurotici de adoptie als een fantasie. Ze denken geadopteerd te zijn en fantaseren zich tegelijk wérkelijke ouders die beter, groter, rijker of edeler zijn dan die onvolmaakte figuren die (slechts) voorwendden hun ouders te zijn. Zo kunnen ze zich afstammelingen van reuzen, koningen en prinsessen blijven wanen, en hun ambivalente gevoelens temperen door ze te verdelen over verschillende figuren. Vanuit mijn eigen (voornamelijk klinische) psychotherapeutische praktijk blijken dergelijke gefantaseerde en geïdealiseerde ouders vooral voor te komen bij wie manifest in kwalijke omstandigheden is opgegroeid.
We worden immers geboren met een aantal verwachtingen waar we menen « van nature » recht op te hebben. Als deze niet worden ingelost, hebben we het gevoel dat ons onrecht is aangedaan en zijn we (hoewel onmogelijk) uit op een soort vergoeding.
Het is niet alleen de koning-bultenaar Richard iii die de logica van het « destructief recht » hanteert. Ik doel hier op een concept van Ivan Boszormenyi-Nagy uit de contextuele therapie: wie zich (op doorgaans meer onzichtbare wijze dan Shakespeares « held ») tekortgedaan voelt, acht zich (bewust of onbewust) gerechtigd anderen de rekening te presenteren of het hun betaald te zetten. Anderzijds bestaat er misschien zoiets als constructieve plicht. Beroemd zijn de beelden van psychoanalyticus en pionier inzake infant research René Spitz. Terwijl de baby de borst krijgt, stopt hij zijn vingertje in moeders mond. Of als hij met een lepeltje wordt gevoed, laat hij af en toe ook zijn mama van het lekkers likken. Onze moraal is dan ook niet alleen gebaseerd op het kwade van oog om oog, tand om tand, maar evenzeer op het goede van