You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
« Hij [Harold] gaat naar het lampje, en neemt het, en ziet het bed van mama verward, de kussens over de grond… […] misschien droomt hij. Naar de kamer van papa … — Papa, o papa, o papa! […] Hij is alleen in de pasanggrahan en hij heeft het vreeslijke Ding gezien. […] Hij heeft het sedert altijd gezien, en hij werd een oude man. » (Couperus z.j., pp. 87-88).
Louis Couperus vertelt in Van oude mensen de dingen die voorbijgaan over het Ding. Het Ding dat Harold zestig jaar geleden heeft gezien. lets met een kris, bloed, een man en een bed. En mama en papa, die weg waren. Ivo van Hove heeft de roman geënsceneerd. Omdat het onzichtbare virus overal woekert, is de voorstelling op een livestream te zien. Het is april 2021.
Mijn negen supervisandi hebben gekeken. Harold — nu 73, toen 11 jaar — probeert al meer dan een halve eeuw nooit meer aan het Ding te denken. Mama is in de negentig. Net als haar vriend, de oude heer Takma. Mama en Takma proberen ook om het Ding te vergeten. Niemand weet nog van het Ding, en niemand weet wat er toen gebeurd is. Behalve de dokter. En Harold. En de baboe. Mama kreeg een dochter na het Ding: Ottilie. De oude heer Takma is altijd lief voor Ottilie. Ottilies zoon Lot zal trouwen met Elly, de kleindochter van de oude heer Takma. Ze zijn neef en nicht. « Maar niemand weet dat », zeggen de oude mensen. « En straks zijn wij dood. »
Mijn negen supervisandi hebben de droom van Freuds Wolvenman bestudeerd. De Wolvenman is 3 als hij voor het eerst droomt dat het raam van zijn kamer opengaat. Vanzelf. In de boom voor het venster zitten zes of zeven doodstille wolven. Met lange staarten. Ze zijn wit en kijken. De kleine Wolvenman gilt de kinderjuffrouw wakker. De Wolvenman tekent zijn droom voor Freud.
Harold, nu 73, denkt dat alleen hij weet van het Ding. Wat is het Ding precies? Dat weet niemand. Het leek toen wel een droom. Papa was dood, daarna. En mama, de oude heer Takma en de dokter komen nog altijd iedere dag samen. Ze praten over Ottilie. En over