You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Na anderhalf jaar ben ik weer voor het eerst in de Rode Hoed in Amsterdam, waar dit congres plaatsvindt. Het is prettig om weer live met elkaar te zijn, maar dichtbij voelt ook onwennig. Hoe verhoud je je met die ambivalente gevoelens naar de ander? En, meer nog, met die ambivalente gevoelens in jezelf? Mag je het spannend vinden of naar, irritant of juist fijn? Voel je je oké over jezelf als je die verschillende gevoelens ervaart? Daar gaat het vandaag over: zelfwaardering en ambivalentie.
Dagvoorzitter Frans Schalkwijk begint de dag met een lezing over (on)voorwaardelijke liefde. Hij vertelt dat we allemaal meerdere identiteiten hebben. Deze bepalen ons gevoel van identiteit. Er is sprake van het impliciete, onbewuste zelf en het subjectieve, bewuste zelf. Rond het zevende levensjaar ontwikkel je een objectiverend zelf, waarmee je de momentane zelfwaardering evalueert. Schuldgevoel en schaamte zijn een voortdurende aanval op je zelfwaardering. De patiënt zoekt erkenning in de ogen van de ander, wil zich erkend en gezien voelen, ook in de therapie.
In therapie bemerk je, als therapeut, hoe dat in de vroege relaties speelde, maar ook in de relatie met jou als therapeut. Voortdurend tast je als therapeut af hoe iemand naar je luistert: « Wat hoort u mij zeggen? » Je helpt iemand zichzelf zo te gaan beleven om te kunnen leven met zichzelf: « Dit is hoe ik ben met mijn verschillende zelven, en dat is goed genoeg. »
Mohsen Edrisi gebruikt de term « vreemde eend » voor het ervaringsdeel dat zich niet kan aansluiten bij de groep, waardoor iemand heel angstig in het leven staat. Een ander deel oordeelt over dat ervaringsdeel. Het kan bij iedereen voorkomen, bij mensen met een migratieachtergrond in het bijzonder. Het gaat gepaard met gevoelens van eenzaamheid en leegte, ongeliefd en minderwaardig zijn. Deze patiënten schamen zich ervoor dat er iets fundamenteels niet deugt aan hen; er is iets wat de rest wél heeft. Er zijn twee soorten « vreemde eenden ». Bij de eerste is het