You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In het boek Sándor Ferenczi — L'enfant terrible de la psychanalyse brengt Benoît Peeters ons geen wetenschappelijke verhandeling, en evenmin een klassieke biografíe over Ferenczi. Wel toont hij ons een verhaal over de onmogelijke vriendschap tussen de passionele arts en zijn mentor, de intellectuele wetenschapper Freud. De auteur is gekend als essayist en biograaf van onder anderen Jacques Derrida, Paul Valéry en de striptekenaar Hergé. Via een documentaire die ik beluisterde op de Franstalige Belgische radio, werd mijn aandacht getrokken naar dit boek. De auteur is geen psychoanalyticus en bestudeert minder de relatie tussen het leven en het wetenschappelijke oeuvre. Wel brengt hij enkele belangrijke artikelen van Ferenczi onder de aandacht.
Door de vijandige bejegening door Jones in diens Freudbiografie is Ferenczi lang miskend geweest. Pas de laatste decennia wordt Ferenczi's werk hoog gewaardeerd en geïntegreerd in de psychotherapeutische en psychoanalytische praktijk. Peeters baseert zijn verhaal vooral op de correspondentie met Freud en met Groddeck. Judith Dupont, het kleinkind van de psychoanalytica Vilma Kovács, die in Parijs woont en 7 was toen Ferenczi overleed, heeft hem geholpen. Dupont heeft van Ferenczi haar levenswerk gemaakt, onder andere met de vertaling en de publicatie van het klinisch dagboek dat hij tot kort voor zijn dood heeft bijgehouden.
De lezer maakt kennis met de kinderjaren van Ferenczi: het achtste kind van elf, dat weinig liefde kreeg van zijn strenge moeder. Op school een uitblinker, erudiet en zeer belezen. Na zijn studie geneeskunde werkte hij in de achtergestelde wijken van Boedapest, waar hij als arts in contact kwam met armoede, prostitutie en alcoholisme. Al vroeg kwam hij op voor de rechten van homoseksuelen, en hij heeft bijgedragen aan een wetsverandering die geleid heeft tot een verbetering van hun positie.
Het boek van Peeters begint met het laatste bezoek van Ferenczi met zijn vrouw Gizella aan Freud, op 2 september 1932.