You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Eigenlijk had ik een ander redactioneel willen schrijven. Wanneer echter zoals nu, eind maart 2022, miljoenen vluchtelingen door Europa trekken op zoek naar veiligheid vanwege een oorlog tussen twee landen die elkaar vanwege hun gezamenlijke geschiedenis beter zouden moeten verstaan, lijkt al het andere onbenullig geworden. Corona verdwijnt en de echte oorlog verschijnt. Berichten van het front krijgen postcorona een meer letterlijke betekenis, nu we dagelijks getuige zijn van dood en verderf als gevolg van oorlogsgeweld. Wanneer u dit leest heeft dit alles misschien nauwelijks nog actualiteitswaarde en is de gewapende vrede getekend en de volgende Koude Oorlog begonnen. Mogelijk heeft er een staatsgreep in Rusland plaatsgevonden of heeft Poetin, wat God verhoede, op de rode knop geduwd, en bestaat Kiev, dat nu al zo zwaar onder vuur ligt, helemaal niet meer.
Paustovski (1970) mijmerde over de culturele rijkdom en schoonheid van Kiev in zijn jeugdjaren, rond het begin van de twintigste eeuw. « […] de beroemde Idzikovski bibliotheek op de Kresjtsjatik, de symfonieconcerten, de parken van Kijev, de herfst van Kijev met zijn knerpende bladerpracht, het plechtige en edele Latijn dat ons al die schooljaren door vergezelde. […] de Dnjepr, de zachte nevelige winters, de rijke en tedere Oekraïne die Kijev met een krans van boekweitvelden, strodaken en bijenstallen omringde » (p. 219).
Is oorlog echt een onvermijdelijk onderdeel van de menselijke aard? Einstein schreef aan Freud in 1933: « Bestaat er een weg waarlangs de menschen bevrijd kunnen worden van het noodlot van den oorlog? Het besef dat dit probleem door den vooruitgang der techniek voor de beschaafde menschheid een kwestie van leven en dood is geworden is vrij algemeen doorgedrongen; desondanks hebben de hartstochtelijke pogingen een oplossing te vinden tot nu toe in schrikbarenden omvang schipbreuk geleden » (p. 10). Freud is het hiermee grotendeels eens en schrijft: « […] het is een vruchtelooze onderneming's mens