You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het voorgaande motto omvat de allerlaatste regels van de gepubliceerde werken van Freud. Ze zeggen veel over zijn positie en gemoedstoestand op het eind van zijn leven, teleurgesteld en gedesillusioneerd als hij was ten aanzien van zijn onderneming, de psychoanalyse. Op het einde van zijn leven moest hij zelfs voor de barbarij van de nazi's vluchten vanuit zijn geliefde Oostenrijk naar Engeland, waar hij met open armen werd ontvangen. In die tijd was hij druk bezig na te denken over het monotheïsme. Hij bracht dat niet alleen in verband met zijn psychoanalytische onderneming, maar ook met zichzelf. Hij onderzocht zijn positie ten opzichte van zijn vader en zijn moeder. Hij vergeleek zichzelf met Mozes, de brenger van de Wet en degene die het uitverkoren volk de weg wees en begeleidde naar het beloofde land. En juist deze ziener en leider werd door zijn eigen volk vermoord, aldus Freud.
Daarover gaat Freuds laatste zelfanalyse van Mampuys, in zekere zin een vreemde eend in de bijt binnen de psychoanalytische literatuur. Het heeft veel meer weg van een exegetisch geschrift met vele citaten en vergelijkingen van de officieel uitgegeven teksten met de autografen. Diverse interpretaties worden naast elkaar gezet, vergezeld van commentaar op de hypothesen, uitmondend in een apotheose van een reconstructie door de auteur Alfred Mampuys. De voorliggende tekst is een uitgebreide herbewerking van diens proefschrift.