You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Auteur Calmeyn is als psychiater-psychoanalyticus werkzaam in zowel ziekenhuis als eigen praktijk, is geschoold in de filosofie en is lid van de Hoge Gezondheidsraad. Al deze kwaliteiten komen in de tekst van zijn boek naar voren. Het belangrijkste is misschien nog niet genoemd, namelijk dat de schrijver een mens is die zich zorgen maakt over de huidige staat van de psychiatrie en van de samenleving.
In een stijl die afwisselend serieus, alarmerend, geestig en beschouwend is, schetst Calmeyn in korte hoofdstukken zijn visie op wat in essentie « depressief zijn » is en wat dit betekent voor de behandeling. Het boek geeft een weerwoord van een ervaren clinicus op de huidige crisis in de geestelijke gezondheidszorg: DSM-hokjesdenken, een toenemende vraag naar professionele zorg, stigmatisering en maatschappelijke uitsluiting van mensen met een psychiatrische diagnose. Kort gezegd is het een pleidooi voor vereenvoudiging, terugkeer naar psychoanalytische uitgangspunten, en voor de herstelbeweging. Pathologie zit in ieder mens en is niet alleen iets voor de professional om aan te pakken. Depressie is een typisch menselijk fenomeen, aldus Calmeyn. De hoofdstukken worden ingeleid met toepasselijke citaten uit uiteenlopende bronnen, waaronder filosofie, literatuur en popmuziek.
In het eerste hoofdstuk wordt het begrip « antropopsychiatrie » geïntroduceerd. De auteur stelt dat het hierbij — in tegenstelling tot bij neuropsychiatrische aandoeningen (bijvoorbeeld dementie), die zowel mens als dier kunnen treffen — gaat om psychisch lijden dat aan mensen is voorbehouden. Een wezenlijk verschil met dieren is dat mensen nadenken, zich vragen stellen over het leven. Alle mensen kennen crises en problemen. Psychopathologie is geen afgeleide van normaliteit; ze vormt het wezen van het mens-zijn (p. 22). Calmeyn haalt hier Freud aan: « Gooi je een kristal op de grond, dan breekt het niet willekeurig, maar volgens tevoren bepaalde, onzichtbare breuklijnen. Zulke gekloofde structuren zij