You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het Duitse psychoanalytische tijdschrift Psyche vierde op 7 mei 2022 zijn 75-jarig bestaan met een eendaags symposium in Frankfurt én online. De titel ervan had niet actueler kunnen zijn: Verlichting in het aangezicht van de catastrofe. Immers, het tijdschrift verscheen voor het eerst in 1947, toen het vertrouwen in de verworvenheden van de verlichting na de catastrofe van het nationaalsocialisme fundamenteel geschokt was. Politieke, sociale en morele instituties waren beschadigd, en dat gold ook voor de psychoanalyse in Duitsland. Momenteel is er opnieuw sprake van (dreigende) catastrofen — denk aan de coronapandemie, de vluchtelingen- en de klimaatcrisis — waarbij de voorwaarden voor een verlicht-rationeel openbaar debat opnieuw in gevaar lijken. De oorlog in Oekraïne had men ten tijde van de organisatie van dit symposium niet kunnen bevroeden.
Hoe reageren mensen op deze catastrofedreiging? Hoe wordt hun leven en denken beïnvloed, benadeeld maar ook gestimuleerd? Dit waren vragen die tijdens dit symposium vanuit een psychoanalytisch raamwerk aan de orde kwamen.
Van de vier sprekers beet Udo Hock, psychoanalyticus in Berlijn, de spits af met een overzicht van de geschiedenis van het tijdschrift, die nauw verbonden was en is met die van de psychoanalyse in Duitsland. Aanvankelijk was er een stilzwijgen over de aderlating daarvan door het vertrek van Duitsjoodse psychoanalytici; in 1955 waren nog maar 14 van de 56 leden over. Later pas kwam de politiek van aanpassing aan het regime in discussie. Hock besteedde uitvoerig aandacht aan de persoon en het beleid van Alexander Mitscherlich, hoofdredacteur tot zijn dood in 1982. Deze was de stuwende kracht achter de wederopstanding van de psychoanalyse in Duitsland, die hij representeerde in het publieke debat en in contact bracht met de internationale wereld. De Duitse psychoanalyse zou volgens Hock geen canonieke teksten meer hebben voortgebracht, wat hij weet aan het verlies van de joodse stemmen, een dof schuldgevoel, mo