You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In vroegere recensies heb ik al gewezen op de innovatieve inbreng van een groep psychoanalytici uit het Italiaanse Pavia. Het thema van dit nieuwe boek is tweeledig. In de eerste helft wordt een nosografische classificatie van psychiatrische aandoeningen voorgesteld vanuit een postbioniaans perspectief. De tweede helft richt zich op een onderzoek van de belangrijkste emoties die we in de kliniek waarnemen, zoals schaamte, woede, jaloezie, verwondering, verraad, minachting, verdriet, het gevoel van exclusie en verlatingsangst. De auteurs vertrekken vanuit de basisvisie dat de intersubjectieve ontmoeting helend werkt. Hierbij wordt verondersteld dat de therapeut zich in een toestand van rêverie opent voor de affecten en personages die zich manifesteren in het analytische veld dat gezamenlijk gecreeerd wordt door patiënt en therapeut. Voorwaarde is dat de therapeut primitieve emoties durft toe te laten en deze kan bevatten, dromen en denken. Centrale concepten zijn transformatie in dromen en het onirisch model van de geest.
Bij de bespreking van de fobie in het eerste hoofdstuk presenteert Collovà een nosografische classificatie die hij vergelijkt met metereologie. De klassieke psychiatrische diagnostiek zoekt een procesmatig gebeuren op één bepaald moment te fixeren, te immobiliseren en van een naam te voorzien. Het lijkt alsof er een foto wordt gemaakt die een statisch beeld geeft van een dynamische werkelijkheid. Psychoanalytische diagnostiek daarentegen doet veel meer recht aan de beweeglijkheid van emoties, de dynamische kwaliteit van het psychisch functioneren, aan oscillaties tussen posities, aan wisselingen tussen samenhang en incoherentie, aan processen, aan schommelingen tussen psychische evacuatie en mentale elaboratie. Collovà maakt een verdeling tussen twee nosografieën. Als eerste noemt hij de functionele nosografie, of de nosografie van de bovenloop, die drie types van pathologie omvat:
1 Een defect van de alfa-functie. Een voorbeeld is de psychose die ge