You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Karl Deisseroth is psychiater en hoogleraar bio-engineering aan Stanford University. Hij heeft baanbrekend neurowetenschappelijk onderzoek gedaan met behulp van zogeheten optogenetische technieken.1 Hierbij worden hersencellen van proefdieren via microbiële opsines genetisch gemanipuleerd, zodanig dat ze gevoelig gemaakt en geactiveerd kunnen worden door laserlicht. Via een dunne glasvezel, een soort antenne die als verbindingspoort dient, kunnen de hersencellen aan- of uitgezet worden. Tot begin deze eeuw was het alleen mogelijk om actieve hersencellen te observeren via beeldvormende technieken, om daarmee activiteitenpatronen in beeld te brengen in specifieke hersengebieden. Mark Solms maakt als zelfbenoemde neuropsychoanalyticus nog altijd gebruik van deze klinisch-anatomische methode om zo de oorsprong van de geest en subjectiviteit te ontdekken, waarmee hij aansluit bij een lange traditie met onder anderen Broca en Charcot. Deisseroth werkt min of meer op een omgekeerde manier: hij manipuleert het brein op cellulair niveau en observeert de gevolgen. Het boek opent met een metafoor waarbij het menselijk leven wordt vergeleken met het weven van een wandtapijt. In de weefkunst zorgen kettingdraden (schering) voor de structuur; zij bieden een kader voor de inslagdraden. Door het opschuiven van de rand en daarmee verdere ontwikkeling van het tapijtweefsel vormen de kettingdraden een brug van het verleden via het onoverzichtelijke heden naar een nog niet ingevulde toekomst (p. 11). Elk individueel verhaal met een unieke textuur en kleuring ontstaat door de dwarsdraden van onze ervaringen. Deisseroth probeert te begrijpen waarom en hoe het weefsel rafelt en de schering aan de oppervlakte komt. Hij doet dat door een combinatie van gesprekken met patiënten en het bestuderen van de bedrading van de hersenen in het laboratorium.
Met behulp van optogenetica ontstond vanaf 2004 de mogelijkheid om specifieke cellen zeer nauwkeurig te (de)activeren met behulp van lichtpulsen.