You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Van Haute en Westerink waren als redacteurs betrokken bij de belangwekkende publicaties van de vertaling van de eerste editie van Freuds Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit in het Duits (2015), in het Engels (2017a) en in het Nederlands (2017b).1 Zij hebben de bevindingen van hun onderzoek naar de revisies en wendingen in de verschillende edities in de periode van ruwweg 1905 tot 1924, waarin Freud zijn Drie verhandelingen vier keer heeft gereviseerd en heruitgegeven, gebundeld en in een cultuurhistorisch perspectief geplaatst. Het boek illustreert de gelaagdheid in Freuds werk door de tijd heen. De auteurs stellen dat niet elke volgende editie een verbetering is, maar door het geheel ontstaat een beeld van een complex veld met diverse tegengestelde posities. Vanuit dit veld is het Van Haute en Westerink gelukt om Freud te herontdekken; dat is belangrijk, omdat het inzicht verschaft in de psychoanalytische theorievorming en het ons kan verlossen van dogmatiek.
Het boek biedt diverse nieuwe aangrijpingspunten waarmee bekende en onbekende lagen kunnen worden herzien dan wel verkend. Het voert te ver om alle facetten van deze freudiaanse herinterpretatie te noemen. Ik beperk me tot drie door mij gesignaleerde lijnen, waarbij ik tevens een punt van discussie zal noemen. Onvermijdelijk kleur ik met mijn voorkeuren deze bespreking, want andere belangrijke aspecten uit het boek laat ik onderbelicht.
De eerste lijn is de functionele, heteronormatieve benadering van seksualiteit die door Freud in de eerste editie van Drie verhandelingen succesvol werd bestreden met zijn ontdekking van de auto-erotische, polymorfe, infantiele seksualiteit. Door het onderscheid tussen een infantiele en een volwassen seksualiteit hoefde hij niet langer na te denken over perversie in termen als abnormaal en afwijkend: perversie was nu een dimensie van de infantiele seksualiteit. Zodoende kon Freud de verscheidenheid van de perversie bestuderen om meer te weten te komen over de