You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de volgende vignetten beschrijf ik drie sessies met een jonge vrouw van 20 jaar, die ik sinds twee jaar wekelijks zie voor psychotherapie. Zij studeert in Nederland, maar komt uit een ander Europees land en spreekt meerdere talen, vanwege haar gezinsachtergrond. We spreken Engels, wat voor ons beiden niet onze moedertaal is. Het is een vrouw die sinds haar puberteit kampt met een eetstoornis; eerst was dat anorexia nervosa, later boulimia, en nu lijkt het te alterneren. Ze is opgegroeid als enig kind bij een temperamentvolle moeder en oudere vader.
A: « Ik maak me erg druk over mijn examen. Het ging anders dan de vorige keer; nu lukten de open vragen niet goed. Ik kijk in de sterren om te zien hoe ik ervoor sta … Als ik het tentamen niet haal en geen stage vind, dan weet ik het niet meer. Het voelt alsof er een enorme tsunami op me afkomt, maar misschien komt er uiteindelijk wel iets goeds uit. »
Ik begrijp het niet helemaal, want ik hoor in haar manier van spreken toch niet echt de dreiging van een tsunami. Ik beeld me in hoe dat eruitziet en vraag me af waarom ze kiest voor deze beeldspraak. Bovendien vraag ik me af waarom ik zo blijf hangen bij dit beeld; gaat dat de antwoorden geven?
A vervolgt en vertelt over hoe zij zich voorstelt dat haar ouders zullen reageren. Vader kalm, maar teleurgesteld. Moeder de ene dag steunend, maar de andere dag beschuldigend. Ze imiteert haar moeder met een hoge toon en snelle spraak: « Je had nooit naar Nederland moeten gaan, je had een andere studie moeten kiezen, je had dit en dat … » A zegt niet te weten wat ze zou moeten als ze met een verloren halfjaar zou zitten.
T: «Je zei eerder de horeca wel aantrekkelijk te vinden als tijdelijke baan? »
A: « Ja, voor mezelf, maar dat durf ik niet aan mijn ouders te vertellen. »
A vertelt dat ze nu maar veel met vrienden afspreekt, zodat ze niet op haar toekomst hoeft te focussen, maar vertelt wel er bezorgd over te zijn (anxious).
Ik vraag naar haar bezorgdheid, maar zij vertel