You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De Duitse auteur Ludwig Klages (1872-1957) is in onze Lage Landen weinig bekend. Het best misschien nog bij lezers van Der Mann ohne Eigenschaften, de monumentale roman van de Oostenrijkse cultschrijver uit het interbellum, Robert Musil (Nederlandse vertaling 1988-1991). Daar gaat hij schuil — zo weet de geïnformeerde Musillezer — achter de romanfiguur Meingast. Die biedt een weinig flaterend beeld van Klages: hij wordt er neergezet als de zweverige, esoterische goeroe: het perfecte tegenbeeld van Ulrich, de nuchtere hoofdfiguur « zonder eigenschappen ».1
Dit negatieve Klages-imago in het Nederlandse taalgebied kan nu bijgesteld worden dankzij een uitstekende vertaling van een kortere tekst uit 1937 die als inleiding is bedoeld voor een grote studie van de auteur over « karakterkunde ». Daarin verzet Klages de bakens voor een theorie over de « persoonlijkheid », meteen ook de titel van een « propedeuse » daartoe.
Alleen al daarom is het voor psychoanalytici een interessante tekst. Niet dat Klages zich rechtstreeks met de in zijn tijd opkomende psychoanalyse inlaat (dat doet hij in elk geval in die tekst niet2), maar hij opereert in het probleemveld waaruit ook Freuds denken is ontstaan. En dat nodigt uit om nog eens over Freuds grondslagen te reflecteren — iets wat voor een psychoanalytische theorie die naam waardig, onontbeerlijk is. Het probleemveld waarin Klages zich mengt, is dat van de « psychologie », de logica/wetenschap van de psyche. In de « appendix » bij zijn « propedeuse » stelt hij dat die eeuwenlang in de voetsporen van Aristoteles’ traktaat Over de ziel is gelopen. In die eeuwen is zielkunde steeds meer geëvolueerd tot een wetenschap over de ziel als kennend vermogen (pp. 91-92). Dat is ook voor de moderne psychologie een belangrijk aspect gebleven, maar die beperkt zich daar niet toe. De kennende ziel is tegelijk ook vooral een gevoelsinstantie. Het psychische in de mens is naast bewustzijn en zelfbewustzijn ook « gevoel voor eigenwaarde, korter gezegd