You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Melanie Klein is ontegenzeggelijk een van de invloedrijkste analytici, niet alleen in Engeland en niet alleen voor de ontwikkeling van de kinderanalyse en de objectrelatietheorie, maar wereldwijd en voor alle theorieën die deel uitmaken van het analytisch denken. In Nederland kreeg zij echter tot voor kort nauwelijks voet aan de grond. Bepalend zou zijn geweest dat Jeanne Lampl-de Groot, die een dominante positie had in de Nederlandse analytische vereniging, in de controversial discussions in de jaren veertig de zijde koos van Anna Freud. Of zij ook na haar dood haar stempel zou hebben gedrukt op het weren van Kleins ideeën, is mij niet bekend. Hoe dan ook, Kleins ideeën, zoals haar overtuiging dat het oedipuscomplex al zeer vroeg gesitueerd moet worden, stuitte bij Nederlandse analytici op felle tegenstand. De rol die zij toekende aan de doodsdrift leidde tot verhitte discussies en bij sommigen tot afschuw. En het belang dat zij hechtte aan het onderkennen van onbewuste agressieve fantasieën ontlokte bij menigeen de uitspraak dat Klein overal agressie in meende te zien en daarmee mensen tot verderfelijke wezens zou maken.
Niettemin vonden analytici als Winnicott, Bion, Ogden en meer recent John Steiner, Catalina Bronstein en Francesca Hume, die zich in hun werk onmiskenbaar hebben laten beïnvloeden door Klein, wel degelijk ingang in de Nederlandse analytische wereld. Sinds enkele jaren wordt de kleiniaanse Rachel Blass geregeld uitgenodigd om colleges en klinische seminars te geven. Zo is de weg geëffend voor een wat meer open houding ten aanzien van het kleiniaanse denken. Inmiddels neemt de kleiniaanse theorie op symposia en in de opleiding een duidelijke plek in en werken enkele analytici voornamelijk vanuit het kleiniaanse gedachtegoed. Zij leverden een bijdrage aan het boek Liefde en waarheid — Denken & werken vanuit kleiniaans perspectief.
Leontine Brameijer, die al jaren op bewonderenswaardige wijze Kleins ideeën steeds weer voor het voetlicht brengt en tevens