You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Philippe Van Haute (1957-2022) is voor de psychoanalyse zowel voor de klinische praktijk als voor de filosofische reflectie op psychoanalytische theorievorming van grote betekenis geweest. Van Haute studeerde filosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, KU Leuven. Hij deed zijn klinische training in de jaren tachtig, waarna hij vele jaren een psychoanalytische praktijk in Leuven had. Van 1992 tot 2018 was Van Haute lid van de Belgische School voor Psychoanalyse, van 2006 tot 2009 als voorzitter. Klassiek geschoold in continentale wijsbegeerte, werd zijn aandacht al vroeg getrokken door het werk van Jacques Lacan in zijn betekenis voor hedendaagse filosofie en met name ook voor de wijsgerige antropologie. Hij promoveerde in 1987 bij professor Antoine Vergote, filosoof/theoloog/psycholoog/psychoanalyticus en medeoprichter van de Belgische School voor Psychoanalyse, met een proefschrift getiteld Het janusgezicht van de psychoanalyse — De invloed van Martin Heidegger en Alexandre Kojève op de psychoanalyse van Jacques Lacan. In het verlengde hiervan verscheen in 1990 een eerste monografie: Psychoanalyse en filosofie — Het imaginaire en het symbolische in het werk van Jacques Lacan. In 1992 werd hij docent aan de Faculteit voor Filosofie van de toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen. Al in 1994 werd hij hier benoemd tot hoogleraar wijsgerige antropologie. Zijn boek Tegen de aanpassing — Jacques Lacans ondermijning van het subject uit 2000 geldt nog altijd als een van de helderste en meest inzichtelijke studies over het werk van Lacan.
Sinds die tijd verlegde Philippe meer en meer de aandacht naar het werk van Freud. Met name diens vroegere teksten over hysterie en seksualiteit, die in zekere zin hun culminatiepunt vinden in de Drie verhandelingen en de Dora-studie (beide uit 1905), vormden de basis voor een aantal belangrijke en vernieuwende stellingnames in de wijsgerige reflectie op de psychoanalytische theorie en als bijdrage in hedendaagse debatten over sek