You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Montaigne leefde van 1533 tot 1592, maar wat Alexander Roose over hem en zijn literairfilosofisch werk Essais in het boek De vrolijke wijsheid schreef, getuigt van een hedendaags aandoend, zichzelf grondig onderzoekend man: erudiet en toch bescheiden, bemiddelend en verbindend, radicaal en toch diplomatiek.
Het begint goed, dat boek van Roose, met een citaat van Bernard Williams: « Het uitgangspunt van filosofie is een gebrekkig inzicht in onszelf. » Laat dit meteen ook het uitgangspunt zijn van Montaigne als hij aan het schrijven van zijn Essais begint. En dat zoeken naar zelfnzicht maakt hij op onnavolgbare wijze waar. Alsof hij in therapie gaat bij zichzelf, met als doel « zelfkennis en plichtethiek »: « Zorg voor jezelf, voor je eigen innerlijk, en neem, naar vermogen, je eigen verantwoordelijkheid op. »
Het betreffende boek van Montaigne is het product van een morele, politieke en religieuze crisis, lees ik. Dit roept bij mij de vraag op of een crisis niet meer wel dan niet het startpunt is van een psychotherapeutisch of psychoanalytisch zelfonderzoek.
Ik lees verder: « De mens is veroordeeld tot het nieuwsgierig zoeken naar zin en betekenis. Ijdelheid en zinloosheid van het menselijke bedrijf als angstaanjagende zekerheid die overblijft, hierover nadenken, en over zijn eigen onrust, het eigen ik bestuderen zonder erin te verdrinken. » Kan een psychoanalytische kuur met betere argumenten beginnen? Hij wil « eenvoudig en natuurlijk, zonder gezochtheid en gekunsteldheid zichzelf beschrijven ». Immers, « de mens is een verbazend ongrijpbaar, gevarieerd en onbestendig wezen. Het is moeilijk zich een vast en onveranderlijk oordeel van hem te vormen. » Hij stelt ook nog dat hij niet voor de waarheid instaat van wat hij schrijft, maar hij verzekert de lezer wel waarachtigheid. Welke psychotherapeut zou het daar niet mee eens zijn, met dit engagement?
Het project waar Montaigne zich aan waagt, wordt overigens ook door Alexander Roose als therapeutisch benoemd. Hij merkt hi