You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Klassiek kunnen projectie en projectieve identificatie van elkaar onderscheiden worden doordat de eerste plaatsvindt op en de tweede in het object (Klein 1946, p. 183). In het eerste geval probeert het subject zich van het object af te scheiden of te verwijderen, in het tweede wil het subject omgekeerd verbonden zijn en blijven met het object. Het bevat immers een afgesplitst deel van het subject dat in het object gesitueerd, maar er ook gecontroleerd moet worden. Voor de lacanianen betreffen dergelijke fenomenen (en dat is ook hun voornaamste punt van kritiek) louter het register van het imaginaire. Dit imaginaire is het rijk van het zinnelijke, maar ook van spiegelbeeld en lichaamsbeeld. Het staat in het zenit in de tijd waarin het kind nog niet (helemaal) van zijn moeder is gescheiden. De borst is voor het mensenkind in deze eerste instantie een binnenstebuiten gekeerde baarmoeder, en imaginair wordt bij uitbreiding heel de moederwereld imaginair door haar kind gekoloniseerd.
Toch wordt tegenwoordig binnen de psychoanalyse groot belang gehecht aan allerlei vormen van pre- of infraverbale communicatie, waartoe projectieve identificatie natuurlijk bij uitstek behoort (Schore 2002). Allan Schore (2019) heeft ze al in tientallen publicaties in verband gebracht met bevindingen vanuit brain imaging die gepaard gaan met dynamische rechts-hemisferische interpersoonlijke interacties. Ze verlopen buiten het bewustzijn en ze creëren als het ware een affectief-energetisch en intersubjectief veld.
Het is het neurowetenschappelijk correlaat van de middels twee simultane videoregistraties zichtbaar te maken affectieve synchronie tussen moeder en kind die reeds eind vorige eeuw door mensen als Edward Tronick, Beatrice Beebe en Daniel Stern wereldkundig werden gemaakt. Als kritische noot kunnen we ons wel vragen stellen bij dergelijke communicatie. Onze bijnieren of onze gonaden en ons brein communiceren met elkaar, en ook bomen « spreken » ondergronds met elkaar (the wood wide web