You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Onder de titel Schijnvrucht (De Vries, 2021) schuilt een hartverscheurende, psychodynamisch transgenerationele pathografie van een gemiste puberteit. Het is pas in het dankwoord aan het eind van dit boek dat de realiteit van een ‹ waargebeurd › levensverhaal wordt onthuld door de 89-jarige Anna, kind uit het gedwongen huwelijk van twee scholieren, aan haar kleinzoon Tobias. Het boek gaf me aanleiding tot de volgende psychoanalytische bespiegelingen.
Als het kind Anna 4 jaar oud is, wordt haar vader, een bevlogen leraar Frans, ontslagen vanwege een liefdesrelatie met een 17-jarige jongen uit zijn klas, die dan even oud is als Anna's moeder toen ze zwanger werd. Het jonge gezin verhuist noodgedwongen naar een andere stad. De leerling schrijft een noodlottige afscheidsbrief. De vader ontwikkelt zich dan tot een tirannieke voyeur van zijn eigen verboden verlangens en smoort zo elke passie van zijn dochter in de kiem.
Anna, intussen 13 jaar oud, voegt zich geheel naar zijn wil. Hij fungeert ‹ onbewust › als entremetteuze, een fameuze vrouwenrol in de Franse literatuur, wanneer hij haar voorstelt aan een artistieke collega, leraar tekenen, maar vooral beeldend kunstenaar.
Anna is op slag smoorverliefd. De bezeten listigheid waarmee de vader haar vervolgens in de omgang met haar minnaar, de kunstenaar, steeds probeert te betrappen, verraadt zijn preoccupatie.
Het huwelijk van de ouders dreigt stuk te lopen. Er wordt wat gedronken, dan vloeit er bloed. De dreigende femicide wordt afgewenteld op het katje Pluisje. Dochter Anna krijgt diezelfde dag van haar minnaar een ter plekke geplukte en doorgesneden vijg aangeboden — de verleidelijke schijnvrucht — als zoete introductie tot haar ontmaagding. Maar de kunstenaar ‹ weet wat hij doet ›, in tegenstelling tot haar ouders destijds. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang. Om de Arbeitseinsatz te ontlopen verbergt vader zich in de slaapkamer van Anna, een dubbelzinnige onderduikplaats. Later, tijdens de Hongerwinter, logeert Anna in