You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een bevlogen Jan Cambien wist deze studiedag op gang te trekken door ons meteen aan het denken te zetten met enkele rake uitspraken over het wezen van een theorie. Wat te denken bij een uitspraak als ‹ Het zal in theorie niet werken ›? Gelukkig wist hij ons ervan te overtuigen dat er ‹ feitelijk niets praktischer is dan een goede theorie ›, die eerst en vooral een manier van kijken en van denken is.
Wat immers ter tafel lag, was de ambitieuze vraag naar de actuele relevantie van de psychoanalytische theorie om huidige maatschappelijke evoluties te kunnen denken rond nieuwe variaties in het seksuele en gendercontinuüm.
In een eerste lezing nam Jens De Vleminck ons mee op een rondreis in de psychoanalytische theorie van vooral Freud en Lacan.
Daarnaast ging hij ook op zeer verhelderende wijze in dialoog met verschillende filosofen. Er werd nagedacht over het mogelijke heteronormatieve en binaire karakter van de psychoanalytische theorie die vandaag bekritiseerd wordt. De spreker illustreerde mooi hoe een verschillende lectuur van zowel Freuds als Lacans teksten zowel argumenten voor als tegen een normatief denken van de psychoanalytische theorie kunnen bevatten. Uiteindelijk bleken vooral de vroege Freud en de late Lacan aan te zetten tot een niet-normatief en zelfs disruptief denken.
In de figuur van Tiresias van Ovidius’ Oedipusmythe werd gezocht naar een mogelijke heterotopie, een denken vanuit een andere positie. In deze legende ondergaat Tiresias twee geslachtstransformaties, waarna hij tegelijk blind en helderziend wordt. De onderliggende vraag in deze mythe zou begrepen kunnen worden als een zoektocht naar het ontsnappen aan het binaire denken, want ook de term ‹ non-binair › lijkt hier niet echt aan te ontkomen.
Ten slotte werd de vraag gesteld of de gestelde heterotopie uiteindelijk toch geen utopie is. Rimbaud verwoordt het meesterlijk wanneer hij neerschrijft ‹ Je est un autre ›. Hiermee wijst hij op het paradoxale van onze identiteit, waarmee hij illustreert ho