You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Van Breuers en Freuds bevinding dat hysterische symptomen verdwijnen door de herinnering aan het veroorzakende voorval op te wekken (Breuer & Freud 1893a en 1895d, pp. 444-445) tot Bions stelling dat psychoanalyse niets van doen heeft met het verleden (Bion 1989, p. 47) ontvouwt zich over het statuut van de herinnering in de psychoanalyse een hele spanningsboog. Terwijl de hysterische patiënten van weleer verleid waren in het verleden, laten wij ons misschien nog steeds verleiden door het verleden. Misschien behoort de psychoanalytische obsessie voor de herinnering helemaal niet tot het verleden. Feldman (2007, p. 609) onderschrijft het standpunt dat interpretaties die het heden expliciet linken aan het verleden een centrale plaats innemen in het therapeutisch proces. Hij vindt het intrinsiek aan het analytisch werk om een coherent beeld te vormen van de geschiedenis van de patiënt.
Ook nu nog exploreren we de levensgeschiedenissen van onze patiënten en leggen we graag linken tussen hun verleden en heden. Terugblikken op het verleden kan nodig en verhelderend zijn. Bij bijvoorbeeld trauma is het therapeutisch noodzakelijk en beslaat het een groot deel van het analytisch proces. En uiteraard brengt iedereen nog steeds zijn bewuste en onbewuste geschiedenis mee naar de therapie, komt deze er in mindere of meerdere mate ter sprake of doet ze haar werk in stilte. Allemaal dragen we onze geschiedenis mee, en onze geschiedenis draagt ons. Ook als het verleden ons achtervolgt en we het willen ontvluchten, draagt het ons, ook al is het ondraaglijk. Uiteraard is het verleden alomtegenwoordig, maar de vraag die ik me stel is welke plaats we het toekennen in de ontwikkeling van het analytisch proces en hoeveel en welke aandacht we eraan besteden. Kan het verleden ons te veel preoccuperen of kunnen we het, omgekeerd, te veel verwaarlozen?
Om deze vraagstelling in kort bestek te onderzoeken waag ik me aan een vluchtige evolutieschets, een stukj