You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
« Ik denk dat je pas psychoanalyticus wordt op de dag dat je je realiseert dat je er nooit een zult worden.
Het voortzetten van het analytische werk tijdens de recente COVID-19-pandemie confronteerde de psychoanalytische gemeenschap abrupt met een reeks fundamentele vragen betreffende de analytische praktijk. De gezondheidscrisis zette onmiddellijk aan het denken over de impact van de setting op de analytische ontmoeting, die een psychische ruimte veronderstelt bij alle partners.
In dit artikel zal de term « psychische ruimte » gehanteerd worden om de veranderlijkheid van de innerlijke wereld en de rol van een psychische enveloppe als semipermeabel membraan voor de impact van de externe werkelijkheid te beschrijven. Hoewel dit concept niet als zodanig genoemd werd door Freud, zijn spatialiteit en begrenzing van een interne ruimte voor de psyche als een rode draad aanwezig doorheen zijn oeuvre en dat van de volgende generaties psychoanalytici.
Vanzelfsprekend komen er verschillende dimensies en aspecten aan bod in de confrontatie van deze « psychische ruimte » met de externe werkelijkheid, in casu de acute covid-19-crisis.
Samen met de pijnlijke demonstratie van de menselijke kwetsbaarheid, blootgelegd door een minuscuul virus, plaatste deze crisis psychoanalytici immers voor een nieuwe, nooit eerder geziene uitdaging.
Om die reden bood de pandemie een gelegenheid om de relatie tussen interne en externe wereld in de psyche verder te bestuderen.
In dit Tijdschrift bracht een aantal bijdragen de impact van de covid-19-epidemie op het analytische werk al eerder onder de aandacht (onder andere Ubbels 2023 en Van Duppen e.a. 2021).