You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In een vorig nummer van dit tijdschrift heeft Jens De Vleminck (2017) al aandacht geschonken aan Juliaan Varendonck . Varendonck is de eerste connectie die Freud had met Vlaanderen. Hij heeft in 1921 een boek geschreven, The psychology of daydreams, waarbij hij zich baseert op Freuds Psychopathologie van het alledaagse leven en De grap en haar relatie met het onbewuste. Varendonck heeft de psychoanalyse in Vlaanderen niet kunnen grondvesten, omdat hij al in 1924 is overleden. Overigens ondervindt hij tijdens zijn korte leven veel weerstand, omdat hij als niet-arts beschuldigd wordt van onwettige uitoefening van de geneeskunde. Ook binnen de psychoanalytische wereld is hij omstreden. Vooral zijn studies over de psychologie van esthetica en het symbolisme worden bekritiseerd. Meerdere decennia later dan in Nederland hebben enkele Franstalige Brusselaars, die in Parijs zijn opgeleid, de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse opgericht (Nobus & Libbrecht 1997). In deze bijdrage wordt gefocust op de bijdrage van Varendonck over dagdromen.
Zijn studie over dagdromen is indrukwekkend door de talrijke klinische vignetten. Freud heeft de inleiding geschreven. Volgens Freud heeft Varendonck greep weten te krijgen op het soort fantasiedenken waaraan men zich in verstrooide staat overgeeft en waarin men voor het inslapen of bij onvolledig ontwaken gemakkelijk vervalt. Wanneer Varendonck aan het westelijk front tijdens de Eerste Wereldoorlog als vertaler moet fungeren, heeft hij een zee van tijd om zich te laten gaan in de eigen dagdromen en ze op te schrijven. De verschrikkingen in de buitenwereld zorgen voor ideale omstandigheden om zijn aandacht te verschuiven van de traumatische werkelijkheid naar de binnenwereld. Freud stoort zich wel aan Varendoncks terminologie. Zijn begrip foreconscious is volgens hem misleidend. Dagdromen wordt gelijkgesteld aan het autistisch denken zoals beschreven door Bleuler, wat volgens Freud foutief is. En misschien heeft Freud zich ook wel geërg